Internationale kinderontvoering

kinderontvoering


Af en toe komt een internationale kinderontvoering in het nieuws. 
Dit zijn schrijnende zaken waarbij de emoties van beide ouders hoog oplopen en het kind vaak de dupe is. In de meeste gevallen vormt het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 het juridische kader.

 

Wat is internationale kinderontvoering?

Als een kind door een van de ouders (of in uitzonderlijke gevallen door andere familieleden) zonder toestemming van de andere ouder wordt overgebracht naar een ander land, is sprake van kinderontvoering. Dat is ook het geval als het kind zonder toestemming wordt achtergehouden in een ander land, bijvoorbeeld na een vakantie.

not without my daughterPer jaar vinden ongeveer 80 kinderontvoeringen naar Nederland plaats en ongeveer 90 ontvoeringen van Nederland naar het buitenland. Internationale kinderontvoering gebeurt vaker door de moeder dan door de vader.

Het Haags Kinderontvoeringsverdrag en het Wetboek van Strafrecht

Het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 1980 wil bevorderen dat een kind na een ontvoering door een van de ouders zo snel mogelijk terugkeert naar het land waar het kind voor de ontvoering woonde. Het verdrag is van toepassing op kinderen tot 16 jaar. Momenteel zijn bijna 100 landen partij bij dit verdrag.

Uitgangspunt van het Haags Kinderontvoeringsverdrag is dat de situatie zoals die vóór de ontvoering bestond, in het belang van het kind zo spoedig mogelijk moet worden hersteld. Bij de beoordeling van het teruggeleidingsverzoek moet de rechter zich dan ook onthouden van een oordeel over de vraag aan wie van de beide ouders de dagelijkse zorg voor het kind het beste kan worden opgedragen. Die vraag komt aan de orde in de procedure over het gezag, verzorging en omgang. Deze procedure vindt meestal plaats in het land waar het kind onmiddellijk voor de ontvoering zijn gewone verblijfplaats had.

In Nederland is kinderontvoering strafbaar op grond van art. 279 van het Wetboek van Strafrecht.

U vindt hier de wet- en regelgeving die van toepassing is op een internationale kinderontvoering.

Centrale autoriteit

Elk land dat het verdrag heeft ondertekend, dient een Centrale autoriteit in te stellen. Dat is een instantie waar ouders of familieleden een kinderontvoering kunnen melden, en die vervolgens actie kan ondernemen.

De Nederlandse Centrale autoriteit is telefonisch bereikbaar op telefoonnummer +31 (0)70 370 62 52 van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 12.00 en van 14.00 tot 16.00. Adres: postbus 20301, 2500 EH Den Haag. 

Wat moet gebeuren bij een kinderontvoering vanuit Nederland?

Snel handelen is van belang. Bij internationale kinderontvoering vanuit Nederland kan de achtergebleven ouder het volgende ondernemen: 

  • Direct melding doen bij de politie via telefoonnummer 0900-8844. De meenemende ouder kan dan eventueel nog staande worden gehouden op bijvoorbeeld luchthaven Schiphol. 
  • Contact opnemen met de Nederlandse Centrale autoriteit en eventueel een verzoek indienen. U vindt hier de formulieren met toelichting. Wordt beoordeeld dat waarschijnlijk sprake is van een internationale kinderontvoering die valt onder het Haags Kinderontvoeringsverdrag, dan kan de Nederlandse Centrale autoriteit een verzoek doen bij de betreffende buitenlandse Centrale autoriteit tot teruggeleiding of een verzoek tot omgang. Via een civiele procedure in het land van de meenemende ouder wordt dan een verzoek tot teruggeleiding behandeld.
  • Informatie inwinnen bij het Centrum Internationale Kinderontvoering. Dit biedt actuele informatie, advies en begeleiding aan ieder die in zijn persoonlijke of professionele omgeving in aanraking komt met (dreigende) internationale kinderontvoering.
  • Mediation starten. In het belang van het kind is het aan te bevelen dat ouders er samen uit komen. Mediation biedt ouders de gelegenheid om regelingen over de verblijfplaats van het kind te treffen die aansluiten bij de behoefte van ouders, rekening houdend met de verdeling van zorg- en opvoedingstaken. Het Mediation Bureau (onderdeel van het Centrum Internationale Kinderontvoering) biedt informatie over crossborder mediation. 

Kind ontvoerd naar Nederland?

Als een kind vanuit het buitenland ontvoerd is naar Nederland, kan de achtergebleven ouder voor advies terecht bij de lokale Centrale autoriteit in zijn/haar land. Deze neemt dan contact op met de Nederlandse Centrale autoriteit en dient eventueel een verzoek in tot teruggeleiding van het kind naar het buitenland.

Sinds 2012 voert de Nederlandse Centrale autoriteit geen procesvertegenwoordigende taken meer namens de achtergebleven ouder. De Nederlandse Centrale autoriteit zal beide ouders doorverwijzen naar gespecialiseerde advocaten. Ook worden beide ouders geïnformeerd over de mogelijkheid om via mediation te zorgen voor vrijwillige terugkeer van het kind. Lukt dit niet, dan kan de advocaat van de achtergebleven ouder een gerechtelijke procedure starten bij de rechtbank te Den Haag. 

Meer informatie

download

  Download hier het Informatieblad Internationale Kinderontvoering


download  U kunt hier de Handreiking Stelsel Internationale Kinderontvoering downloaden.
  Deze is bedoeld voor advocaten, maar is goed leesbaar en biedt veel informatie.

Ontvoering naar een land dat geen partij is bij het Haags Verdrag

Als een kind ontvoerd is naar een land dat niet is aangesloten bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag, neemt de Nederlandse Centrale autoriteit contact op met het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie schakelt vervolgens de lokale Nederlandse ambassade of het consulaat in het betreffende land in. Dan wordt geprobeerd om via diplomatieke weg een oplossing te vinden voor de ontvoering.

Jurisprudentie

vrouwe justitia

Helaas is veel jurisprudentie voorhanden over internationale ontvoeringszaken : de statistieken laten een toename zien van internationale kinderontvoeringen.

In een procedure van het verzoek tot teruggeleiding wordt op de eerste plaats bezien of sprake is van kinderontvoering in de zin van het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980. In dat kader kan discussie ontstaan over de vraag wat als de gewone verblijfplaats van het kind moet worden aangemerkt.

Ook kan worden gesteld dat de overbrenging/vasthouding van het kind niet ongeoorloofd was bijvoorbeeld omdat de verzoeker tot teruggeleiding geen gezagrecht heeft over het kind. Of sprake is van een gezagrecht wordt op grond van art. 3 lid 1 sub a van het Haags Kinderontvoeringsverdrag bepaald door het recht van de staat waar het kind onmiddellijk voor de ontvoering zijn gewone verblijfplaats had, in welk recht mede de regels van het internationaal privaatrecht zijn begrepen.

Is sprake van een ongeoorloofde overbrenging of niet doen terugkering die valt onder het Haags Kinderontvoeringsverdrag, dan is de rechter desalniettemin niet gehouden om de terugkeer van het kind te gelasten als zich een van de weigeringsgronden van het verdrag voordoet. Daarvan is sprake als wordt vastgesteld dat:

  • de verzoeker het gezag niet daadwerkelijk uitoefende ten tijde van de overbrenging of het niet doen terugkeren (art. 13). Uit de jurisprudentie blijkt dat de verbreking van het daadwerkelijk gezag niet snel wordt aangenomen.
  • de verzoeker naderhand in deze overbrenging of het niet doen terugkeren had toegestemd of berust (art. 13).  De ouder die een beroep doet op deze weigeringsgrond moet voldoende bewijs leveren voor de toestemming. Is toestemming voor vakantie gegeven dan brengt dit niet mee dat ook toestemming is gegeven voor een langer verblijf. 
  • er een ernstig risico bestaat dat het kind door zijn terugkeer wordt blootgesteld aan een lichamelijk of geestelijk gevaar, dan wel op enigerlei andere wijze in een ondraaglijke toestand wordt gebracht (art. 13). Deze weigeringsgrond wordt restrictief toegepast: het gevaar dient zwaarwegend, concreet en actueel voor het specifieke kind te zijn. Ongunstigere leefomstandigheden dan in Nederland zijn onvoldoende voor weigering van de teruggeleiding.  
  • het kind zich verzet tegen zijn terugkeer en het kind een leeftijd en mate van rijpheid heeft bereikt, die rechtvaardigt dat met zijn mening rekening wordt gehouden (art. 13). Er moet sprake zijn van ernstige bezwaren van het kind, een voorkeur is onvoldoende.
  • er meer dan een jaar is verstreken tussen de ontvoering en de indiening van het teruggeleidingsverzoek en het kind inmiddels is geworteld in zijn nieuwe omgeving (art. 12). Er kan niet met succes een beroep worden gedaan op geworteld zijn als het verzoek binnen een jaar na de ontvoering is ingediend.
  • de terugkeer van het kind op grond van de fundamentele beginselen van de aangezochte Staat betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden niet zou zijn toegestaan (art. 20). Deze weigeringsgrond heeft weinig kans van slagen.

Rechtsbijstand

In geval van een internationale kinderontvoering is van belang dat u wordt bijgestaan door een gespecialiseerde advocaat. U kunt hier een advocaat vinden in uw regio.

Ons kantoor behandelt geen zaken van internationale ontvoering.