Ondertoezichtstelling

ondertoezichtstelling meisjeOndertoezichtstelling (ots) kan plaatsvinden als er in een gezin ernstige problemen voorkomen en de ontwikkeling van een kind in gevaar komt.
Het kind blijft dan thuis wonen, maar het gezin krijgt begeleiding van een gezinsvoogd.

Procedure en duur van de ots

Een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken door de kinderrechter.
In de meeste gevallen wordt het verzoek ots ingediend door de
Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), naar aanleiding van meldingen
uit de omgeving van het kind en na onderzoek door de RvdK. Het verzoek
tot ots kan ook worden ingediend door een van de ouders of de pleegouders.

Voordat de kinderrechter een beslissing neemt over het verzoek ots,
moet hij de ouders en het kind van twaalf jaar of ouder horen.

In de beschikking van de kinderrechter waarin de ots wordt uitgesproken wordt ook de duur ervan bepaald. Deze kan maximaal op 1 jaar worden vastgesteld, maar de ots kan wel jaarlijks worden verlengd met
één jaar, totdat het kind 18 jaar is.

Uitvoering ondertoezichtstelling

Als de kinderrechter een ots heeft uitgesproken, wordt door Bureau Jeugdzorg een gezinsvoogd aangewezen.

De gezinsvoogd begeleidt de ouders en het kind bij het oplossen van de problemen en bij het verbeteren van de situatie van het kind. De ouders blijven zelf verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind en zij houden het gezag, maar zij worden wel beperkt in de uitoefening van hun gezag. Belangrijke beslissingen over het kind moeten zij eerst bespreken met de gezinsvoogd, bijvoorbeeld een wijziging van de schoolkeuze of van de omgangsregeling. Ook kan de gezinsvoogd schriftelijke aanwijzingen geven. Zowel ouders als kind zijn verplicht om de aanwijzingen van de gezinsvoogd op te volgen.

De ouders en ook het kind zelf (van twaalf jaar of ouder) kunnen bij de kinderrechter bezwaar maken tegen een aanwijzing en verzoeken om de aanwijzing vervallen te verklaren. Zij kunnen ook de gezinsvoogdij-instelling verzoeken om de aanwijzing (deels) in te trekken omdat de omstandigheden intussen zijn verbeterd of gewijzigd.

ondertoezichtstelling jongetjeUithuisplaatsing

In de meeste gevallen blijft een kind tijdens de ots thuis wonen. In het belang van het kind kan de kinderrechter ook besluiten dat het kind
(tijdelijk) in een pleeggezin of tehuis wordt geplaatst. Een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing kan zowel bij het verzoek ots worden ingediend als later, tijdens de looptijd van de ots. U vindt hier informatie over de uithuisplaatsing.

Voorlopige ots

Soms is er in een gezin sprake van onmiddellijk gevaar voor het kind en
moet het kind snel uit huis worden geplaatst of in ieder geval onder
toezicht worden gesteld. In dat geval kan de kinderrechter op verzoek
van de RvdK een voorlopige ots uitspreken en ook een machtiging uithuisplaatsing verlenen indien daarom wordt verzocht.

Vanwege het spoedeisend karakter wordt een voorlopige ots meestal uitgesproken zonder dat de ouders of het kind worden gehoord. De rechter moet de ouders en een kind van 12 jaar en ouder wel gelegenheid geven om binnen twee weken na de beslissing alsnog hun mening te geven. De ouders kunnen niet tegen de voorlopige ondertoezichtstelling in beroep gaan.

Een voorlopige ondertoezichtstelling duurt maximaal drie maanden. In deze periode onderzoekt de RvdK de gezinssituatie en stelt hiervan een rapport op voor de kinderrechter. Als het rapport gereed is beslist de kinderrechter of de voorlopige ondertoezichtstelling wordt omgezet in een definitieve ondertoezichtstelling.

Een voorlopige ondertoezichtstelling is ook mogelijk als een kind acuut een medische behandeling nodig heeft en de ouders hiervoor geen toestemming willen geven, bijvoorbeeld vanwege hun geloofsovertuiging.

Wetswijziging: verplichte opgroeiondersteuning

Er is een wetsvoorstel aanhangig, waarin is opgenomen dat de rechter de ‘Maatregel voor Opgroeiondersteuning’ kan opleggen.

[Alleen bij wijze van uitzondering worden ondertoezichtstelling-zaken door ons kantoor behandeld]