Uithuisplaatsing

uithuisplaatsing jongenDe uithuisplaatsing (uhp) is een kinderbeschermingsmaatregel, waarbij een
kind tijdelijk in een pleeggezin of tehuis wordt geplaatst. Er is dan tevens een ondertoezichtstelling van het kind.

Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

Als er in een gezin ernstige problemen voorkomen en de ontwikkeling van een kind in gevaar komt, kan de kinderrechter een ondertoezichtstelling (ots) uitspreken. Het kind blijft dan thuis wonen, maar het gezin krijgt begeleiding
van een gezinsvoogd. Meer informatie over de ots vindt u hier. In belang van
het kind kan de kinderrechter een extra maatregel nemen en besluiten dat het kind (tijdelijk) in een pleeggezin of tehuis wordt geplaatst.

Procedure uhp

Het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing kan worden ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) of de gezinsvoogdij-instelling. Dat verzoek kan zowel bij het verzoek ots worden ingediend als later, tijdens de looptijd van de ots. Voordat de kinderrechter een beslissing neemt over het verzoek uhp, moet hij de ouders en het kind van twaalf jaar of ouder horen.

Is de machtiging verleend, dan moet wel op korte termijn een plek voor het kind worden gevonden, want de machtiging vervalt als de uhp gedurende 3 maanden niet ten uitvoer is gelegd.

Bij de uithuisplaatsing wordt altijd bezien of plaatsing binnen de familie of het sociaal netwerk van het gezin mogelijk is (netwerkplaatsing). Ook zal naar mogelijkheden worden gezocht om het kind in de eigen omgeving te laten wonen en naar school te laten gaan, waardoor de eventuele terugplaatsing makkelijker verloopt. Is er geen geschikte netwerkplaats voorhanden, dan wordt gezocht naar een pleeggezin elders of plaatsing in een instelling.

Voor een uithuisplaatsing is altijd een rechterlijke machtiging vereist, ook indien de ouders met de uithuisplaatsing instemmen.

Duur van de uhp

De machtiging uhp wordt voor maximaal één jaar verleend, te rekenen vanaf de datum van de uitspraak. De machtiging uhp kan telkens met één jaar worden verlengd. De machtiging heeft geen langere geldigheid dan de duur van de ondertoezichtstelling. De duur van de machtiging uhp kan wel korter zijn dan de ondertoezichtstelling: dan gaat het kind weer thuis wonen, maar blijft het onder toezicht.

De gezinsvoogdij-instelling kan een uhp uit eigen beweging beëindigen, maar ook op verzoek van de ouder, het kind van twaalf jaar of ouder of de pleegouder. Wordt het verzoek tot beëindiging afgewezen, dan kunnen ouders, kind of pleegouders ook de kinderrechter verzoeken om de machtiging in te trekken of te beëindigen.

uithuisplaatsing meisjeUithuisplaatsing en voorlopige ots

Soms is er in een gezin sprake van acuut gevaar voor het kind en moet het kind snel uit huis worden geplaatst. In dat geval kan de kinderrechter op verzoek
van de RvdK een voorlopige ots uitspreken en tevens een machtiging uhp verlenen.

Vanwege het spoedeisend karakter worden een voorlopige ots en uhp meestal opgelegd zonder dat de ouders of het kind worden gehoord. De rechter
moet de ouders en een kind van 12 jaar en ouder wel gelegenheid geven om binnen twee weken na de beslissing alsnog hun mening te geven.

Wetswijziging: verplichte opgroeiondersteuning

Er is een wetsvoorstel aanhangig, waarin is opgenomen dat de rechter de ‘Maatregel voor Opgroeiondersteuning’ kan opleggen.

[Alleen bij wijze van uitzondering worden uithuisplaatsing-zaken door ons kantoor behandeld]