Vaderschapsactie

rechter

Het komt voor dat een kind geen vader heeft, in de juridische betekenis van het woord. De moeder was bij de geboorte niet gehuwd met de biologische vader en er heeft geen erkenning van het kind of een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap plaatsgevonden. De moeder kan dan op grond van art. 1:394 BW een vaderschapsactie starten om kinderalimentatie van de verwekker te ontvangen.

Wat is een vaderschapsactie?

De naam is enigszins verwarrend: hoewel bij het instellen van de vaderschapsactie wel wordt onderzocht of de man de verwekker is, komt er niet een familierechtelijke band tussen de verwekker en het kind tot stand. De vaderschapsactie moet dus worden onderscheiden van de gerechtelijke vaststelling vaderschap (zie hier), waarbij de verwekker wel de juridische vader van het kind wordt. Bij een vaderschapsactie wordt alleen een kinderalimentatie vastgesteld.

Hoe wordt de vaderschapsactie ingesteld?

De vaderschapsactie vindt plaats door het indienen van een verzoekschrift bij de Rechtbank. Dat kan alleen met behulp van een advocaat.

Totdat een kind 18 jaar is, wordt de vaderschapsactie door de moeder ingesteld. Is het kind 18 jaar, dan moet het zelf de procedure voeren.

DNA-onderzoek?

De procedure komt grotendeels overeen met een gewone alimentatieprocedure, maar niet helemaal.

Anders dan bij een vordering tegen een juridische vader, kan de man in een vaderschapsactie man als verweer voeren dat hij niet de verwekker is van het kind. Dan zal de Rechtbank een DNA-onderzoek bevelen en wordt de procedure aangehouden totdat de resultaten daarvan bekend zijn. Weigert de man zijn medewerking, dan kan de rechter op grond van de overige bewijsmiddelen toch tot de conclusie komen dat de man de verwekker van het kind is.

Kosten DNA-onderzoek

De rechter bepaalt meestal dat ieder van de partijen de helft van de kosten van het DNA-onderzoek betaalt, zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam 25-06-2013. In Hof Arnhem-Leeuwarden 10-10-2013 werd bepaald dat partijen wel ieder de helft van de kosten van de procedure moesten betalen, maar zag het Hof aanleiding "in de aard en de omstandigheden van het geding" om te bepalen dat de vrouw de kosten van het deskundigenonderzoek (DNA-onderzoek) ad € 1.452,- volledig diende te voldoen. Dat komt wat merkwaardig over, want de vrouw is volledig in het gelijk gesteld: anders dan door de erfgenamen werd gesteld, wees DNA-onderzoek  uit dat de overleden man haar biologische vader was. Het Hof wees het verzoek van de vrouw tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap toe. 

Verschil met alimentatieprocedure

Een tweede verschil is de wijze waarop de behoefte van het kind wordt vastgesteld, dus de kosten van het levensonderhoud. Zijn er twee ouders die gehuwd waren of samenwoonden, dan is de behoefte van het kind afhankelijk van het gezamenlijke netto gezinsinkomen tijdens de samenwoning.

Hebben de ouders nooit met het kind samengewoond, maar is er wel een relatie geweest, of is er een persoonlijke band tussen de vader en het kind, dan wordt de behoefte vastgesteld door het gemiddelde te nemen van de behoefte op basis van het netto inkomen van de moeder en de behoefte op basis van het netto inkomen van de vader.

Is de man echter louter de verwekker en is er geen enkel sociaal contact tussen vader en kind geweest (hetgeen bij een vaderschapsactie veelal het geval is), dan wordt de behoefte van het kind slechts in geringe mate door de welstand van de man bepaald, zo blijkt uit de jurisprudentie. Wel is het inkomen van de man en de vrouw van belang voor de mate waarin ieder in de behoefte van het kind moet voorzien.

Tegen wie kan een vaderschapsactie worden ingesteld?

Op de eerste plaats tegen de verwekker. Let op: een spermadonor is wel biologisch vader, maar wordt in juridisch opzicht niet als verwekker beschouwd (tenzij hij de partner of echtgenoot van de moeder is). Hij is dan ook niet alimentatieplichtig jegens het kind.

Een vaderschapsactie kan tevens worden ingesteld tegen de man die als partner van de moeder heeft ingestemd met donorschap.

duomoedersDe vraag is of een vaderschapsactie ook kan worden ingesteld tegen een vrouw die als partner van de moeder heeft ingestemd met donorschap.
In HR 10-08-2001 had het Hof de vordering van de moeder tegen haar voormalige vrouwelijke partner afgewezen op grond van de wetsgeschiedenis en de tekst ("de man die") van art. 1:394 BW. De Hoge Raad achtte dit niet in strijd met internationale verdragen.
In Rb Breda 19-11-2009 werd echter geoordeeld dat de maatschappelijke opvattingen waren gewijzigd en dat de beperking van art. 1:394 BW tot de mannelijke partner in strijd was met internationaal verdragsrecht. De Rechtbank wees het verzoek van de moeder tegen haar voormalige vrouwelijke partner toe. Recentelijk is in  Arnhem-Leeuwarden 27-06-2013 eenzelfde uitspraak gedaan.

Er zijn al twee ouders, dan toch vaderschapsactie?

Als het kind al een andere man als wettige vader heeft, bestaat op grond van art. 1:394 BW geen aanspraak op alimentatie jegens de verwekker. Maar de omstandigheid dat de wettige vader niet volledig in staat is kinderen te onderhouden, kan een grond voor doorbreking van deze bepaling opleveren, zie HR 18-02-2011.