Wie krijgt de hond?

kind met hond

 

"Omgangsregeling met de hond, het moet niet gekker worden!" 
Tsja, een advocaat krijgt soms merkwaardige zaken. Maar als je trouwe viervoeter bij een echtscheiding door je ex-partner wordt meegenomen, kun je daar veel verdriet van hebben. Verstandige mensen maken hierover natuurlijk goede afspraken, maar soms loopt dat toch uit op ruzie of zelfs een rechtszaak. 
Dan is het goed om te weten welke rechtsregels hiervoor gelden.

Is een huisdier een zaak?

Je hond is misschien je beste vriend, maar in het recht ligt dat anders. Tot voor kort was een huisdier een zaak. Met de Wet Dieren is hieraan per 1 januari 2013 een einde gekomen door invoering van art 3:2a lid 1 BW: "Dieren zijn geen zaken". Maar daaraan wordt in lid 2 toegevoegd dat bepalingen met betrekking tot zaken op dieren van toepassing zijn "met in achtneming van de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen, verplichtingen en rechtsbeginselen, alsmede de openbare orde en de goede zeden". Op een huisdier zijn bij een echtscheiding dus vrijwel dezelfde regels van toepassing als op een caravan.

Naar wie gaat de hond bij huwelijksvoorwaarden of na samenwoning?

Wordt het huwelijk ontbonden en zijn partijen buiten gemeenschap van goederen gehuwd, dan komen aan ieder de eigen zaken toe, dus ook de eigen hond. Hetzelfde geldt na beëindiging van de samenwoning. Wordt afgifte geweigerd, dan kan dit in kort geding worden gevorderd.

Bij een hond is soms niet duidelijk wie van beide ex-partners de eigenaar is en komt de rechter daaraan te pas. Dan kunnen verschillende omstandigheden de doorslag geven: wie heeft de hond gekocht, wie heeft de hond betaald, wie staat als eigenaar vermeld in de stamboom, het certificaat, het inentingsboekje of het chipregistratieformulier, enz. 

Een aardig voorbeeld is het prinselijk hondje Paco, waarover Edwin de Roy van Zuydewijn en prinses Margarita hebben geprocedeerd (Rb Amsterdam 03-03-2005). Zie ook Hof Den Haag 05-04-2011 en Rb Roermond 27-01-2010.

stel met hondSoms komt vast te staan dat de hond door partijen gezamenlijk is aangeschaft en zijn zij dus gezamenlijk eigenaar, zie 
Vzr Rb Middelburg 27-04-2006. In dat geval vindt de toebedeling plaats zoals bij de gemeenschap van goederen (zie hierna).

Toedeling van de hond bij gemeenschap van goederen

Als partijen in gemeenschap van goederen zijn gehuwd, vindt de toedeling na de ontbinding van het huwelijk plaats op basis van een belangenafweging. Heeft een van beiden een bijzondere band met de hond, zijn er kinderen die aan de hond zijn gehecht, wie kan het beste voor de hond zorgen gezien ervaring, financiën en ruimte (Rb Limburg 15-05-2013), wie heeft altijd voor de hond gezorgd (Hof Den Haag 23-02-2011) , enz. Degene aan wie de hond wordt toebedeeld, dient de helft van de waarde aan de ander te vergoeden.

De invoering van het hierboven genoemde art. 3:2a lid 1 BW werd als symboolwetgeving gezien, maar wellicht heeft de rechter in de volgende zaak zich hierdoor toch laten inspireren. In de recente uitspraak  Rb Limburg 15-05-2013 is te lezen: "De rechtbank overweegt allereerst dat in het kader van de belangenafweging naast het belang van partijen het belang van de hond in aanmerking genomen dient te worden. De hond is een van partijen afhankelijk levend wezen voor wiens welzijn partijen als gezamenlijke eigenaren verantwoordelijk zijn." Toch anders dan een gewone roerende zaak dus: met het belang van de caravan zal geen rekening worden gehouden :)

Omgangsregeling met de hond?

Als de hond bij een van partijen verblijft, zou een "omgangsregeling" kunnen worden afgesproken of opgelegd. De naam is misleidend, want een dergelijke regeling heeft in juridische zin niets van doen met de omgangsregeling zoals die voor kinderen geldt. In feite is sprake van een gebruiksregeling, op een dier zijn immers de rechtsregels voor een zaak van toepassing. 

Het is natuurlijk wel de vraag of een verblijf bij beide ex-partners de hond ten goede komt: deskundigen zijn het er wel over eens dat een hond beter één baasje kan hebben. Bij meer bazen raakt de hond in de war. Maar goed, er zijn mensen die dit afspreken of de rechter verzoeken om dit op te leggen. Daarbij kunnen verschillende situaties worden onderscheiden.

Omgangsregeling in voorlopige voorzieningen op grond van art. 822 Rv

Als de echtscheidingsprocedure is gestart, kunnen er voorlopige voorzieningen worden getroffen. Deze voorlopige voorzieningen zijn limitatief opgesomd in de wet (art. 822 Rv), dat wil zeggen dat alleen een verzoek kan worden ingediend over kwesties die in de wet zijn geregeld. Dat zijn de zorgverdeling voor de kinderen, de alimentatie, het voorlopig gebruik van de woning en de afgifte van goederen voor dagelijks gebruik. Daaronder valt niet de omgang of voorlopige toevertrouwing van de hond. De man die verzocht om een omgangsregeling van 2 dagen per week met zijn hond werd niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek (Rb Gelderland 09-04-2013). De Rechtbank overwoog dat omgang met dieren niet valt onder de limitatieve voorzieningen van art. 822 Rv en dat een huisdier ook niet kan worden beschouwd als een goed voor dagelijks gebruik.

Omgangsregeling in kort geding of bodemzaak

vrouw met hondIn een procedure die niet is gebaseerd op art. 822 Rv geldt geen beperking aan hetgeen kan worden gevorderd. Maar ook dan heeft een verzoek tot omgangsregeling met de hond weinig kans van slagen. Hierna een aantal uitspraken. 

Rb Arnhem 30-07-2010: "De vraag is dan of gedaagde bij de rechter een omgangregeling kan afdwingen. Te dien aanzien overweegt de voorzieningenrechter dat een hond een zaak is en geen kind en dat de bepalingen van de 15e titel van boek 1 van het BW niet gelden voor een hond. De vraag is slechts of gedaagde aanspraak heeft op een gebruiksregeling als bedoeld in artikel 3:168 BW. Tussen partijen bestond (in beginsel) geen gemeenschap van goederen. Dit betekent dat nu partijen uit elkaar zijn gegaan, de ene partij geen aanspraak kan maken op gebruiksrechten ten aanzien van de goederen die aan de andere partij toebehoren."

Hof Den Haag 14-2-2007: "Het hof stelt voorop dat de hond gemeenschappelijk eigendom is van partijen hetgeen met zich brengt dat ieder der partijen recht heeft op gebruik van de gemeenschappelijke eigendom. Aan partijen staat het vrij de verdeling in juridische zin van de hond te vragen, voor het vaststellen van een omgangsregeling bestaat naar het oordeel van het hof geen rechtsgrond. Deze vordering dient als niet op de wet gebaseerd te worden afgewezen. Evenmin is er reden naar analogie van de vaststelling van de ( voorlopige ) verblijfplaats van kinderen een beslissing te nemen ter vaststelling van de verblijfplaats van de hond."

Rb Amsterdam 03-03-2005 over prinselijk hondje Paco: "in het geval dat er sprake is van eigendom van één van de echtelieden valt niet in te zien, dat bij feitelijk uit elkaar gaan de eigenaar van de hond de andere echtgenoot nog in de gelegenheid moet stellen om met de hond om te gaan, wanneer de eigenaar dat absoluut niet wil. De redelijkheid en de billijkheid kunnen de eigendom niet opzij zetten. Hoewel uit emotioneel oogpunt wel valt te begrijpen dat eiser nog omgang met Paco wil, kan hij dat niet rechtens afdwingen. Voor de vordering van eiser bestaat geen grondslag en van onrechtmatig handelen door gedaagde jegens eiser, door hem de omgang met Paco te weigeren, kan niet worden gesproken."

Overeengekomen omgangsregeling

man met hondDan is het ook nog mogelijk dat partijen overeenkomen dat de niet-eigenaar omgang zal hebben met de hond die eigendom is van de ex-partner of aan de ex-partner is toebedeeld. Kan nakoming van deze overeenkomst worden afgedwongen?

In de zaak Rb Dordrecht 26-04-2012 waren partijen in gemeenschap van goederen gehuwd en was de hond na de echtscheiding door de rechter aan de vrouw toebedeeld. 
Partijen hadden afgesproken dat de hond de ene week bij de vrouw zou verblijven en de andere week bij de man. De vrouw weigert de overeenkomst na te komen en de man vordert in kort geding nakoming van de overeenkomst. De rechtbank wijst de vordering van de man af met de overwegingen: "Vooropgesteld dient te worden dat de hond een roerende zaak is en thans eigendom is van de vrouw. Het staat een eigenaar met uitsluiting van een ieder vrij van de zaak gebruik te maken, mits dit gebruik niet strijdt met rechten van anderen. [...] De door partijen ondertekende overeenkomst kan worden gekwalificeerd als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dergelijke overeenkomsten kunnen binnen de grenzen van de redelijkheid en billijkheid worden opgezegd. [...] Voorts is ter zitting gebleken dat partijen de echtscheiding en de gevolgen daarvan nog niet hebben verwerkt, dat zij wrok jegens elkaar koesteren en dat daardoor de communicatie tussen hen slecht verloopt. [...] Gelet hierop valt te verwachten dat uitvoering van de door partijen op 7 maart 2012 ondertekende overeenkomst binnen afzienbare tijd tot problemen zal leiden. Onder de voormelde omstandigheden is onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat de vrouw jegens de man gehouden is om de overeenkomst na te komen."

gezin met hondConclusie

U zou het zo niet denken bij al dat gezinsgeluk, maar bij een echtscheiding kunnen er veel juridische perikelen opdoemen over die lieve lobbes. 
De uitkomst daarvan staat tevoren niet altijd vast. 

U kunt erin berusten dat een echtscheiding altijd een afscheid betekent, 
misschien ook van de hond. Wilt u dat niet, dan is het raadzaam om tijdens het huwelijk huwelijksvoorwaarden bij de notaris op te laten stellen, waarin u vastlegt dat de hond uw eigendom is.